1/2/2012 - Moedersterfte inperken Gepost op 1/2/2012 om 14:12
Veilig moederschap is essentieel voor de ontwikkeling van een land
Afghanistan heeft de op één na hoogste moedersterfte ter wereld. Elke 27 minuten sterft een vrouw als gevolg van zwangerschap of bevalling. Bijna negen op de tien Afghaanse vrouwen bevallen zonder medische hulp. Ja, bijna 9 op 10!!!! De meeste Afghaanse vrouwen en vooral de vrouwen op het platteland, bevallen thuis, soms met de hulp van een zogenaamde geboortebegeleidster, maar slechts 8% krijgt professionele hulp. Meer dan 25% van de kinderen sterft voor de leeftijd van vijf jaar. In sommige gebieden kan het zelfs oplopen tot 29%! De hoge moedersterfte van vrouwen in Afghanistan heeft veel oorzaken. Vooral de beperkte toegankelijkheid tot de gezondheidszorg, slechte gezondheid, waaronder chronische ondervoeding en besmettelijke ziekten. Ziektes die in veel gevallen te voorkomen zijn.
Het gebrek aan voldoende middelen, het gebrek aan vrouwelijke dokters en vooral de tradities van ons land zijn de belangrijkste redenen van de moedersterfte
Door een grondige analyse en vooral door de goede samenwerking met de samenleving zijn wij, Mothers for Peace - Moeders voor Vrede, er in geslaagd om kleine wonderen te verrichten. We hebben nu vier gezondheidscentra, volledig gerund door vrouwen. In Istalif, Shakar Darah , Dast-e-Barchi en in de provincie Bamyan waar we samenwerken met een andere organisatie, Shuhada.
Onze gezondheidscentra bevinden zich in gebieden waar vrouwen omzeggens geen toegang hebben tot ziekenhuizen of goede artsen. In de verschillende gezondheidscentra komen dagelijks minimum 50 moeders en kinderen op consultatie. Ze worden geholpen, krijgen vaccinaties en krijgen vooral ook gezondheidsvoorlichting. Wat heel belangrijk is.
Een van onze patiënten is Farida. Ze woont in het Payan Bagha dorp, in het Shakar Darah district. Zij trouwde heel jong, is analfabeet en heeft vijf dochters en drie zonen. Straks moet ze bevallen van haar negende kind.
Alle kinderen van Farida werden thuis geboren, soms met de hulp van een lokale vroedvrouw. Nooit heeft Farida een goede dokter bezocht of is er met haar over geboortebeperking gesproken. Haar man is kleermaker en verdient volgens Farida voorlopig goed zijn brood. Maar de kinderen zijn nu nog klein, er zal zeker geen geld genoeg zijn als ze opgroeien en een opleiding moeten krijgen. Niettegenstaande de echtgenoot van Farida hun noden goed begrijpt, wil hij nog meer kinderen.
Via dorpsgenoten had Farida over het positieve impact van het gezondheidscentrum van Mothers for Peace gehoord .Uiteindelijk kon ze haar man overtuigen en liet hij haar naar het dokterscentrum komen. Sinds de derde maand van haar zwangerschap komt ze nu regelmatig voor een check-up. Farida zegt dat ze heel blij en gelukkig is met die hulp. Ze is er zich nu van bewust dat ze met goede zorg en hygiëne veel ziektes kan voorkomen. Ook dodelijke ziektes! En dat ze haar negende kind gezond op de wereld kan zetten.
Het leeftijdsverschil tussen de kinderen van Farida is niet meer dan twee jaar. Tussen de geboorte van twee van haar dochters was er zelfs geen jaar. Farida zegt dat ze vaak aan gezinsplanning dacht, dat ze er ook van overtuigd is dat er minimum drie jaar moet zijn tussen elke geboorte, maar ze durfde er met haar man niet over praten. Want haar man vindt dat gezinsplanning gevaarlijk kan zijn, vooral dat het negatieve gevolgen kan hebben om nadien nog kinderen te kunnen krijgen.
Via onze artsen kreeg Farida goede informatie over de verschillende mogelijkheden van gezinsplanning en vooral over de voordelen er van.
Onze artsen moedigden Farida ook aan eens heel open met haar echtgenoot te praten over gezinsplanning. Er hem ook op te wijzen dat het ene kind na het andere krijgen, eveneens heel gevaarlijk is. Uiteindelijk heeft haar man ingezien dat ze misschien toch even moeten nadenken en na de geboorte van het negende kind, het volgende kind beter plannen.
Farida en haar zoon
Farida en dokter Sima
Net als Farida komen nu honderden vrouwen, soms van heel ver afgelegen dorpen, naar ons dokterscentrum. Zo helpen wij, Mothers for Peace, mee om de moedersterfte in sommige dorpen van Afghanistan fel te verminderen. Bovendien willen we onze diensten nog uitbreiden zodat we nog meer levens kunnen redden. Mogen we trots zijn dat we in 2010 zo’n 21.881 vrouwen hebben geholpen?
Zorgen voor de gezondheid van de moeders en moedersterfte zoveel mogelijk voorkomen is een essentieel onderdeel van de ontwikkeling van onze bevolking. Ons ander doel is om het bewustzijn van mensen te upgraden, ze te leren lezen en schrijven, te leren werken.
Door Zubaida Tahiri, communicatieverantwoordelijke, Mothers ... >> alles...
reacties (0)
30/1/2012 - Morgen moeten ze weer aan het werk Gepost op 30/1/2012 om 12:00
Morgen beginnen onze mensen in Afghanistan opnieuw te werken. Na twee weken wintervakantie moet iedereen met goede moed opnieuw beginnen. De voorspelde sneeuw is echter pas verleden week uit de lucht gevallen en gezien de bedenkelijke wegen, zijn de winterproblemen niet voorbij. Al lijkt Kaboel onder een sneeuwtapijt toch wel mooi. Anders dan het verschrikkelijk stof dat altijd in je neusgaten, poriën, kleding kruipt. In Afghanistan is het tijdens de zomer snikheet, 40 graden is een gemiddelde en dan, meestal in januari, kleuren de winters spierwit van de sneeuw.
En na de dooi is het gesukkel nog niet over.
De vakantie gaf ons wat ademruimte, maar de krinkeldewinkel van de zorgen zijn heus niet gestopt. Razia bleef aan boord en als ze me twee dagen niet las of hoorde, was ze al ongerust, terwijl wij het zijn die moeten ongerust zijn.
Ons land ligt vandaag gedeeltelijk plat. En dat was ook zo de laatste weken met mijn laptop. Gelukkig is er Guido, een vriendelijke man die me bij alle computerproblemen uit de elektronische shit haalt. Wat zijn we toch afhankelijk geworden van de elektronische berichtgeving. De kranten, facebook, mails. Kunnen we nog zonder? Ik niet. Het heeft eerlijk gezegd de wereld opengegooid.
Nu ga ik mijn preek stoppen. Morgen staat mijn laptop weer vol berichten uit Kaboel
Jennie
reacties (0)
8/1/2012 - Nu hangt mijn kleerkast vol Gepost op 8/1/2012 om 19:22
Samen met mijn mama ben ik tijdens de koopjes naar een kledingswinkel geweest. ‘Kom we gaan naar de koopjes!’ zei mama. Heel leuk, echt waar. Ik heb een oranje rokje, een groen trui, twee broeken en een bruine legging gekregen. Voelde me plots een hele madame. Toen ik later op de dag bij een tante kwam, zei ze 'kijk eens wat ik heb! Twee zakken tweedehands kleren!' Ze had zelf de zakken gekregen van een vriendin, haar dochter was alle kleren ontgroeid. ’s Avonds kwam ik thuis met al die kleren en moest ze zien in mijn kast te krijgen. Oef, het was moeilijk om het te organiseren. Maar uiteindelijk heb ik alles gesorteerd op kleur. Rode truien bij de rode truien, de groene truien bij de groene truien en zo voort. Nu hangt mijn kast vol. Hoe mooi. En toch denk ik aan al die kindjes die arm zijn en niet voldoede kleren hebben. Meisjes zoals ik die voor het ongeluk geboren zijn. Ik zal een zak kleren voor hen klaar maken .......
(Geschreven door Jakobe Haeck, 12 jaar. )
reacties (0)
31/12/2011 - Blog van jong meisje Gepost op 31/12/2011 om 11:01
Pesten Mijn beste vriendin werd vaak in de klas gepest . Ze lachten haar uit om haar stem. Ze zegden dat ze een jongensstem had. Ik vond het moeilijk om er mee om te gaan want ik was bang dat ik zelf zou gepest worden . Meestal zijn de pesters ooit vroeger zelf gepest geweest dat was ook dit geval .Iedereen was bang van de pesters en peste dus mee . Onze juf heeft het gelukkig kunnen oplossen .Ze heeft de klas samen geroepen en we hebben het samen uit gebabbeld . Achter af hadden ze spijt wat ze hebben gedaan .Ik ben blij dat het is opgelost is .
Geschreven door Jakobe Haeck 12 jaar
reacties (0)
29/12/2011 - Ja, we hebben wel moedige vrouwen in Afghanistan Gepost op 29/12/2011 om 15:24

Geschreven door Zubaida Tahiri
Als we het over vrouwen in Afghanistan hebben denken we aan boerka’s en het kleine netwerk voor hun ogen waardoor ze ‘een stukje ’ van de wereld zien. Een kleine beperkte wereld. <?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" />
Nochtans er zijn echt wel moedige vrouwen in Afghanistan. Er waren al enkele moedige vrouwen tijdens al die vreselijke oorlogen en tijdens de talibanperiode die maar niet tot een einde komt. Er was bijvoorbeeld Malalay (die naar de VS is verhuisd en daar toch veiliger zit) en ook dr. Sima Samar, (voorzitter van de mensenrechtencommissie in Afghanistan) Habiba Sarabi (gouverneur van Bamyan), Fouzia Kofi (auteur) vrouwen die nu in Afghanistan een vooraanstaande rol spelen. Maar het is niet genoeg, we moeten dringend meer jonge vrouwelijke leiders hebben die ons land naar eenheid en gelijkheid kunnen leiden. Ik breng hier het verhaal van een uitzonderlijk moedige vrouw. Ze is nu mijn collega, we zitten samen in een bureau in Kaboel. We zijn ook veel op weg samen omdat we verantwoordelijk zijn voor projecten en we de voeling met de vrouwen willen houden.
Halima Azadmanish werkt namelijk als product manager bij <?xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" />Mothers for Peace In Kaboel. (Dat is de NGO: Moeders voor vrede, België). De jeugd van Halima was bijzonder moeilijk, maar ze zette door. Op een ongewone, opstandige manier. Daarom misschien voelt ze ook zo goed het leed en het onrecht aan dat de Afghaanse vrouwen nog steeds moeten ondergaan. Halima Azadmanish werd in een middenklasse gezin in de provincie Ghazni geboren. Haar kinderjaren werden getekend door gruwelijke oorlogen. Toen ze amper zes jaar oud was, stuurden haar ouders haar naar een moskee om bij de Mawlawi (geestelijken) Islamitische lessen en de koran te volgen. Haar ouders weigerden haar naar een normale school sturen. ‘Want studeren, dat is niks voor meisjes!’ De kleine Halima weigerde haar lot te aanvaarden en toen ze iets ouder was, liet ze zichzelf registreren in een school en zette haar ouders voor voldongen feiten. Na onnoemelijk veel discussies gaven ze een beetje toe: ’t is goed voor een paar jaar! Maar als je wat ouder wordt mag je als meisje toch niet meer buiten komen, dus school voorbij.’
Het lot besliste anders. Halima was amper 13 jaar oud toen de taliban Gazni innam. Er was geen keuze, Halima en haar familie werden verplicht naar Pakistan te vluchten. Ze hadden geen geld, huurden een paar kamers in een huis. De vader van Halima vond werk als mijnwerker in een andere streek, maar verdiende niet eens genoeg voor het dagelijkse brood. Laat staan om de huur te betalen. De verhuurder vond een goede oplossing voor hun schulden: als hij die mooie Halima nu eens voor zichzelf mocht hebben, of als ze met zijn zoon zou trouwen? Halima reageerde als een opstandige puber: néén!!!. Ze ging meteen stiekem op zoek naar een school en liet zich zonder aan iemand iets te vragen, inschrijven. Wat moesten haar ouders doen met zo’n kind? De vader en een oom vonden een oplossing, ze sloten een akkoord om Halima aan haar neef uit te huwen. Halima kon tegen deze familietraditie niet veel inbrengen, maar in afwachting van de plechtigheid liep ze elke morgen weg naar school, ze volgde ’s morgens lessen en kon uiteindelijk in de namiddag ergens helpen in de alfabetiseringscursussen die voor de vluchtelingen werden georganiseerd. Het gaf haar thuis wat meer krediet. Ze bracht wat geld binnen.
Halima was bijna 16 jaar toen het huwelijk met haar neef op de agenda stond. Het maakte haar wel doodongelukkig. Gelukkig kreeg ze nog eerst toelating om met familie mee te gaan en vrienden op te zoeken in Mazar-e-Sharif, een stad in Afghanistan. Toen de familie na een paar weken naar Pakistan terugkeerde, weigerde Halima terug mee te gaan en vluchtte weg naar Kaboel. Het werd een heel moeilijke tijd. Ze vond onderdank in een vluchtelingenkamp en ging overal werk zoeken, maar stond steeds voor gesloten deuren. Een meisje alleen? Door een gelukkig toeval vond ze eindelijk werk bij de organisatie: Moeders voor Vrede.
Ze werkt tijdens de dag en studeert vanaf 17 uur verder. Halima is heel erg overtuigd van haar missie. Ze voelt zich nu vooral goed omdat ze deel uitmaakt van een groep die zich inzet voor vrouwen. Vrouwen die moedig genoeg zijn om lessen te volgen en tegen de stroom in te gaan. Vrouwen die moedig zijn om aan hun toekomst te denken. Na ... >> alles...
reacties (0)
14/12/2011 - De prijs van inzet Gepost op 14/12/2011 om 15:19
Verleden week vrijdag, 9 december 2011, werd in Ieper de Marie Antoinette Van Wonterghem prijs uitgereikt aan Patrick Derdaele voor zijn inzet voor vzw Nocturnes.
Een mooie prijs die elk jaar iemand heel bijzonder financieel (12.500 €) beloond.
Wie was die Marie Antoinette die elk jaar mensen in de bloemen zet? Geertrui Seys, die ook dezelfde week in de cultuurprijzen in Ieper viel, las een citaat voor uit de biographie van Marie Antoinette. Over het bezoek van Sinterklaas:
5 december 1933. Marie Antoinette is een enthousiast kind van zes jaar. Ze huppelt heen en weer naar het schooltje in Poelkapelle, waar de zuster, indrukwekkend onder haar zware kap en lang kloosterkleed, voor de klas staat en vertelt over Sinterklaas. Ze heeft het over een heilige bisschop die kindjes heeft gered en sindsdien elk jaar naar de aarde terugkomt om alle brave kinderen met speelgoed te belonen. Ze wijst met haar stok naar het bord waarop ze een mijter en een zak heeft getekend, attributen die de goede en de kwade kant van het aanstaande bezoek moeten duiden. <?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" />
"Kom" zegt ze, "iedereen vouwt zijn handjes, we gaan bidden en een liedje zingen."
Om heiligen te stimuleren is het sturen van devote klanken in de richting van de hemel een heel oud gebruik. Marie-Antoinette is in de wolken. Ze is braaf, ze heeft mooi gezongen en ze is bovendien heel leergierig.
"Zuster, weet je met welk paard de sint komt?" vraagt ze. Marie-Antoinette kent iets van paarden. Thuis staan er een paar in de stal die de eggen, ploegen en karren trekken. Boerenpaarden, sterk en volgzaam.
"Neen,” antwoordt de zuster, "zeker geen boerenpaard, want het moet over daken kunnen lopen. Een boerenpaard is daar niet toe in staat."
Opgewonden loopt Marie-Antoinette naar huis. De zachte duisternis strekt zich langzaam over het eenzame landschap. In de verte ziet Marie-Antoinette het dak van de ouderlijke hoeve en vraagt zich af hoe dat paard daar in 's hemelsnaam over moet wandelen?
"Mama, vannacht komt Sinterklaas," zegt ze vol verwachting tegen Anna die haar een kom melk en een paar sneden brood met bruine suiker voorzet.
Anna neemt Marie-Antoinettes kleine kinderhandjes in de hare, wrijft er wat over en maant haar tenslotte aan niet al te veel van die Sinterklaas te verwachten.
"Ben ik niet braaf geweest?” vraagt Marie-Antoinette.
"Jawel, jawel, maar die sint…"antwoordt Anna en aarzelt. Wat kan ze dat kind wijsmaken? Dat haar vader speelgoed overbodig vindt?
"Je moet niet te veel hopen, Sinterklaas moet al zoveel meenemen,”zegt ze tenslotte.
Maar Marie-Antoinette is ervan overtuigd dat de heilige man haar niet zal vergeten. Ze kan er niet van slapen, ze ligt naar de geluiden te luisteren en wacht op de stappen op het dak. In de door een kaars afgelijnde schaduw op de muur meent ze zelfs het silhouet van Zwarte Piet te zien en ze schuift wat dieper onder de dekens.
's Morgens hoort ze hoe haar ouders zich klaarmaken om naar de stallen te gaan, het is nog heel vroeg. Ze hoort geen kreten van verwondering alsof ze iets onverwachts hebben gevonden. Voorzichtig sluipt ze langs het voutentrapje naar beneden. Op tafel vindt ze een kleurboek en een dikke gebreide sjerp. Geen pop, geen poppenwagentje.
"Maar Nette toch,” zegt haar vader streng als hij de traantjes ziet, "poppen da's niks voor jou. Je moet veel leren en later onze stiel aanleren. Het is een hard leven."
Anna kijkt triestig naar haar kind. Ze haalt haar schouders op en geeft haar nog vlug een oude kom en een paar houten lepels.
"Hier," zegt ze, "trommel wat” Anna vertrekt mee met Aimée naar de stallen en laat Maire-Antoinette alleen achter.
An Bekaert, (vriendin): "Honderden keren, zelfs tot de laatste maanden van haar leven, toen ze al ziek in het ziekenhuis lag, herhaalde ze hoe pijnlijk het was om als kind nooit speelgoed te krijgen. Terwijl haar ouders op het land werkten, zat ze soms urenlang op de trap te trommelen op die ijzeren kom die ze van haar moeder had gekregen. Dat was het enige kinderlijke vermaak dat ze had."
reacties (0)
25/11/2011 - Het fotoboek Gepost op 25/11/2011 om 11:12
We zijn terug thuis, vol herinneringen aan een heel warm en interessant verblijf.
Samen met Razia heb ik ontzettend kunnen werken. Anita heeft samen met Eeneas heel veel aan de boekhouding gewerkt.
Nu is het afwachten tot al onze beslissingen zijn ingevuld. Een kijkje in ons fotoalbum.
De eetkamer in onze nieuwe kliniek in Chakardara
Onze chef kippen Masouda, (links) die zo'n ongelukkig leven heeft, samen met een kippenboerin (rechts.)
De bakkerij net aan de overkant van ons appartement aan de Kleermakersstraat in Kaboel. Het brood (naan) is heel lekker.
Chakoko (links) geeft naailessen. En zal nu de vrouwen leren doekjes maken voor hun maandstonden. Karima (rechts) is de chef van het onderwijs. Ze doet het heel goed; Beide dames werken al sinds begin 2003 voor ons.
Ons team in ons appartement/kantoor in Kaboel.
Vooraan links Halima, rechts Zubaida.
Achteraan, ikzelf, (links) Razia, Anita, Eneas en Asef.
reacties (0)
20/11/2011 - Wat een dag Gepost op 20/11/2011 om 15:33
Onze voorlaatste dag. Er moet nog één en ander op punt gezet worden. Met bijvoorbeeld Chabnam, chef van het naaiatelier, in Istalif. De laatste tijd treft ze nogal schikkingen zonder het hoofdkantoor te kennen.
Asef komt doodziek in het kantoor in Kaboel, hij heeft er twee dagen weddingparty opzitten. Anita besluit om zich verder in ons hoofdkantoor in de papierenmolen te laten meedraaien. Daarom gaan Eneas, Razia en ik alleen op stap. Met onze chauffeur Eleas. Eerst naar ons gezondheidscentrum in Chakardara. De guard van het kliniekje die de deur in het oog moet houden, ontvangt ons lachend: ‘Als jij komt dan schijnt de zon.’ zegt hij en heft veelbetekenend zijn handen omhoog. Alsof hij Allah aanroept. Dat moet op de foto. ‘Moeders voor Vrede,’ zegt hij glunderend. Er zijn al meer dan twintig patiënten bij dokter Sima langs geweest. In de wachtzaal zitten ook een heel aantal vrouwen en kinderen geduldig te wachten. Met een nummer in de hand. Als we binnen komen, bedankt een vrouw ons meteen voor de gezondheidszorg die ze nu krijgen. Er is inderdaad in de ruime omgeving geen dokter, alleszins niet voor vrouwen. Een jonge vrouw valt haar bij. Ze dankt uitgebreid. Een oudere vrouw zegt dat ze voor de tweede keer komt en goed geholpen wordt. Dank u, dank u, roepen ze. Daarna vertrekken we naar ons Vrouwencentrum in Istalif, langs een omweg. Want de wegen zijn onberijdbaar. Torpekay die de ingangspoort in het oog moet houden, heet ons welkom. Ook Nasima en haar medewerkster komen ons intens groeten. Eerst gaan we langs bij dokter Aziza die ook al heel de voormiddag een hele rij vrouwen en kinderen onderzocht. Aziza is heel moe, haar hoofd draait. Ze moest vandaan alles alleen doen. ‘Laten we eerst lunchen,’ zegt Razia, ‘en daarna met Chabnam spreken. ‘Neen, we spreken eerst met haar,’ dring ik aan. Het gesprek verloopt positief. Beter dan verwacht. We staan weer op één lijn. Hoe dan ook de handdoekjes waar onze naaisters de poppies op borduren, zijn bijzonder geslaagd. Als we even later in de keuken lunchen komen alle naaisters vrolijk afscheid nemen. ‘Waarom blijf je niet langer? ‘ ‘Stuur je foto’s van de mensen die onze handdoekjes kopen? ‘ ‘We zijn trots op Moeders voor Vrede!’ Ze weten altijd hoe ze me moeten raken. Om 13 uur verlaten we Istalif en aan de deur staan ze nog eens allemaal om ons te kussen en te knuffelen. ‘See you very soon?’ vragen ze in gebroken Engels. Ach, denk ik, misschien zijn ze ook blij dat ze onze controle kwijt zijn. Eleas rijdt door de rivier terug naar de hoofdweg. Het is vandaag precies de dag van de begrafenissen. Groepjes mannen die rond een kuil staan te bidden. Geen vrouwen. Begrafenissen zijn niks voor vrouwen. Ze mogen alleen verdriet hebben, ergens alleen zonder dat iemand het ziet. (Jennie)

reacties (0)
|