Projecten in Afghanistan - Kapisa


De provincie Kapisa ligt op 85 km ten noorden van Kaboel en is omgeven door bergen.





Bevolking

 

De meeste inwoners van Kapisa zijn tijdens de oorlog gevlucht naar Pakistan en Iran, maar zijn intussen vrijwel allemaal teruggekeerd.

 

40 % van de huizen zijn helemaal vernield. De overige huizen zijn grotendeels verwoest. De teruggekeerde vluchtelingen zijn zo arm als een luis, maar proberen hun huizen weer op te bouwen. Als je bedenkt dat ze daar nauwelijks materiaal voor hebben en de stenen met de hand maken, snap je dat zoiets maar moeizaam vooruit gaat.

 

 

Natuurlijke bronnen

 

Er is water in Kapisa, maar er is geen infra- structuur. Geen dammen, geen irrigatie- systemen, geen riolering.

 

Er zijn twee rivieren, de Pasjhir en de Ghorband, allebei bruikbaar om elektriciteit uit te genereren en voor irrigatie. Maar om dammen te bouwen is er geen geld.

 

De mensen gebruiken het water uit de rivieren als drinkwater. Er moet dringend werk worden gemaakt om de mensen te voorzien van drinkbaar water. Verder zijn er ook talkmijnen en hout van eiken en dennenbomen.

 

Dat zijn mogelijke bronnen van werkgelegenheid, maar daar wordt, eveneens bij gebrek aan middelen niets mee gedaan.




Landbouw

 

Er wordt op kleine schaal tarwe, maïs, rijst, kidneybonen en groene bonen geteeld en recent is men ook gestart met het kweken van aardappelen en uien.

 

De meeste boomgaarden en wijngaarden werden door de Taliban vernietigd, maar granaatappels en druiven zouden weer goed kunnen gedijen als de velden voldoende geïrrigeerd worden. Verder worden er appels, abrikozen, amandelen, walnoten en moerbeien geteeld.

 

De teelten van al deze gewassen zijn voor de plaatselijke markt of voor eigen gebruik bestemd.

 

Vee:
Sommige gezinnen in Kapisa houden een koe, een schaap, een geit, kippen of een ezel. De opbrengsten daarvan zijn ook voor eigen gebruik.

 

Vis:
Er wordt vrijwel uitsluitend gevist in de rivieren, want viskwekerijen bestaan er nog niet in Kapisa. Ook hier zit potentieel want de vraag naar vis, vooral vanuit Kaboel, is groot.

 

Hulp:
Het departement van Landbouw heeft geen macht en nog minder middelen. Het biedt geen hulp of advies aan landbouwers en fruitkwekers. Ze kunnen geen kredieten krijgen en geen middelen om hun teelt te verbeteren of om hun vee te verzorgen. Er zijn geen meststoffen of insecticiden voorhanden. Vaak gaat het vee dood en de gewassen gaan verloren door allerlei plagen en ziektes.

 

De boeren en landbouwers zijn ook nauwelijks georganiseerd en de bestaande organisaties zijn inactief. Land-en tuinbouwproducten worden dus nauwelijks verkocht, behalve druiven en granaatappels.

 

 

Andere activiteiten

 

Er zijn metselaars, timmerlui en arbeiders van alle slag nodig om de streek opnieuw op te bouwen. Vroeger was er een textielfabriek Gulbahar die werk verschafte aan 12.000 mensen, maar die werkt tegenwoordig met nog maar 200 mensen. Werk vinden, is in dit district vrijwel onmogelijk.

 

 

Veiligheid

 

De hele provincie Kapisa is voldoende veilig. Er zijn wat problemen geweest in Taggab en Najrab, maar die dateren al van 2005. Kapisa is een omgeving waar met een gerust hart projecten kunnen worden opgestart en investeringen worden gedaan.

 

 

Infrastructuur

 

De weg van Kaboel naar Kohistan, de hoofdstad van Kapisa, is in asfalt. Maar dat is relatief. Je kunt de 85 km afleggen in 2 uur. Dat is ongeveer dezelfde tijd die je nodig hebt om van Kaboel naar Istalif te rijden. Er is nog geen stroom en er is onvoldoende drinkbaar water.

 

 

Onderwijs

 

De lagere en middelbare scholen zijn weer open. Zo zijn er bijvoorbeeld in de hoofdstad Kohistan 13 lagere scholen voor jongens en slechts 2 voor meisjes.

 

Er zijn 18.000 jongens die school lopen tegen 6000 meisjes. In twee districten van de provincie zijn er helemaal geen scholen voor meisjes.

 

Zoals overal in Afghanistan zijn hier ook weer de meisjes de dupe. Ze lopen op deze manier een achterstand op die nog amper kan worden bijgewerkt.

 

Ook meisjes ouder dan 14 en hun moeders kunnen niet lezen of schrijven en velen zijn nooit naar school geweest.

 

Er is wel een nieuwe universiteit gebouwd met 5 faculteiten: Recht, Burgerlijk Ingenieur, Literatuur, Landbouw en Islamistiek. Bij ons bezoek in mei 2009 aan deze universiteit viel het ons op dat bijvoorbeeld in de cursus geschiedenis die we mochten bijwonen, geen enkele vrouwelijke student was.

 

 

Gezondheidszorg

 

In de hoofdstad zijn er 3 ziekenhuizen voor een bevolking die geschat wordt op 107.000 mensen.

 

Bij ons recent bezoek aan Afghanistan in mei 2009, zijn we de provincie Kapisa gaan verkennen en werd ons Kham Zagar getipt als een mogelijke plaats om onze projecten uit te breiden.

 

In Kham Zagar is er niets. Geen school, geen ziekenhuis, geen stroom, geen wegen, maar er wonen wel veel gezinnen. Vaders, moeders, kinderen en ouderen die van alles verstoken blijven.

 

 

Terreinverkenningen - Wat gaat Moeders voor Vrede doen in Kapisa?

 

Jennie Vanlerberghe en Anita Purnal werden in Kohistan ontvangen door gouverneur Abdul Fattah Sharif. De gouverneur was enthousiast over een eventuele uitbreiding van het Vrouwencentrum naar Kham Zagar ook al gaat het om kleinschalige projecten zoals alfabetisering en kippenkweek.



We wilden wel eerst weten hoe hij zou reageren op het feit dat we ook vrouwen een vak willen aanleren en leren lezen en schrijven.

 

We hebben hem uitgelegd hoe het Vrouwencentrum in Istalif werkt en of hij die werkwijze kon accepteren.

 

Van de projecten van het Vrouwenhuis worden niet alleen vrouwen en meisjes, maar ook mannen en jongens beter. Hun wereld verandert als ze kunnen leren en ook economisch gaat het gezin en de hele gemeenschap er op vooruit.

 

Gouverneur Abdul Fattah verwees naar de strenge wetten uit de sharia.

 

Uiteindelijk halen wij veel vrouwen uit hun huis en dat druist in tegen de traditie in Afghanistan. Een vrouw blijft thuis. Vaak verlaat ze na haar huwelijk nooit meer het huis, tenzij in het gezelschap van haar echtgenoot of een mannelijk lid van de familie. Zo wil de traditie het.

 

We hebben hem uitgelegd hoe het in Istalif is gegaan, waar de plaatselijke overheid en geestelijkheid betrokken werden bij het project. De projecten zouden ook hier in Kham Zagar niet uitsluitend voor vrouwen zijn bestemd, maar wel vooral gefocust worden op de vrouw.

 

De gouverneur was wel heel erg blij met het feit dat we naar Kham Zagar zouden komen. Hij was meteen bereid zich te engageren om het nieuwe centrum in Kham Zagar alle faciliteiten en accommodatie te geven. En hij beloofde dat hij persoonlijk zou toezien op de veiligheid van het nieuwe centrum en van iedereen die er komt leren en werken.